Laatst op straat klampte iemand mij aan en sprak tot mij: wij mensen zijn het resultaat van willekeurige bewegingen van de kleinste deeltjes in het heelal. Daarom zal alles ooit weer om het kleinste draaien.  Iemand anders kwam aangelopen en vervolgde: om de kleinste zaken te kunnen aanschouwen, zullen wij mensen in onze kleinste spiegels moeten kijken. Niet omdat de kleinste zaken zo futiel zijn, maar omdat de kleinste zaken zo klein moeten zijn om oog voor ze te hebben. Vergalopperen wij mensen ons aan het Grote Denken, dan zullen de kleinste zaken nooit kenbaar voor ons zijn. Een derde iemand nam het over en vertelde: toch willen wij mensen de kleinste zaken liever niet zien omdat wij mensen ze, diep van binnen, liever niet willen zien. Zo zijn wij mensen nu eenmaal. Een spartelende mug op het wateroppervlak in de pot van de wc, trillend en bevend als een juffershondje in de wind. Weer een ander iemand riep vanuit de verte: als wij mensen ooit in onze kleinste spiegels durven te kijken om te kunnen aanschouwen wat wij mensen moeten zien, dan zal de rangorde der Wereldse Wijsheden verdwenen zijn. Dan zien wij mensen alleen nog maar een woestijn van zwarte lava tot zover het oog reikt, een universum als een afgebrande nachtkaars en een zon en een maan als killers van de mensheid.

 

Ik liep verder tot aan de bushalte, raapte een peuk van de grond en begreep: alles zal ooit weer om het kleinste draaien.

Heelal